Hoe planten en bacteriën de lucht zuiveren (en welk organisme kan dat het beste?)

PLanten zuiveren de lucht_graslelieVoor de website Into Green (over wat planten voor ons kunnen doen) schreef ik een artikel over de luchtzuiverende kwaliteiten van planten. 

Planten zijn wonderlijke wezens. Ze zijn bijvoorbeeld in staat om giftige stoffen op te nemen en om te zetten in voeding. Lange tijd was bekend dat planten met de poriën op hun bladeren stoffen konden opnemen. Maar de laatste paar jaren zijn er steeds meer onderzoeken die zich richten op de bijzondere werking van de ondergrondse delen van de plant. Zo nemen de wortels in kleine mate giftige stoffen op. Maar graslelie_wortelsinteressanter nog: de bacteriën die in de grond en ook in potgrond leven, zuiveren dag en nacht de lucht van giftige stoffen. Zijn zij de ultieme luchtzuiveraars? Lees verder op intogreen.nl. Wedden dat je meteen naar de winkel gaat om een plant te kopen?

Advertisements
Posted in Bodemleven, Freelance opdracht Marjolein, Inspirerend, Planten, Uncategorized | Tagged , , , , , | Leave a comment

Buxus opgegeten door de buxusmot? Kies voor een eetbaar alternatief.

Voor wie van strakke tuinen houdt, is de buxus een mooie plant. Maar met de komst van de buxusmot, blijft er van die struik weinig over. Vervelend? Welnee! Dit is dé kans om in plaats daarvan een eetbare haag te planten. Want hoe geweldig is het om een haag te hebben die:

  1. Mooi is
  2. Eetbare bessen geeft
  3. Een toevluchtsoord voor dieren kan zijn
  4. Bijen en vlinders aantrekt
  5. En soms zelfs voor natuurlijke bemesting van je tuin zorgt

Kies je bijvoorbeeld voor de Olijfwilg (Elaeagnus multiflora), dan heb je niet alleen een (vrij hoge) erfafscheiding in je tuin, maar kun je ook genieten van de bloemen in het voorjaar en de friszure bessen in het najaar. Vogels vinden er eten en onderdak en bijen en vlinders komen op de bloemen af. Als bonus haalt de Olijfwilg stikstof uit de lucht en geeft dat, in samenwerking met de bacteriën in de bodem, af als voeding in de bodem. En daar profiteren de andere planten in je tuin ook van.

Ken je de geur van de Bottelroos (Rosa rugosa)? Dan ben je waarschijnlijk snel verkocht. De roos is prachtig, trekt insecten aan en in het najaar kun je rozenbotteljam maken.

Minder bekend is Shallonfruit (Gaultheria Shallon): een wintergroene en laagblijvende plant die ongeveer 80 cm hoog wordt. In mei bloeien de charmante bloemen en in het najaar kun je genieten van de lekkere zwarte besjes.

Lavendel (Lavendula officinalis) is ook een mooi alternatief. Deze plant is niet direct eetbaar, maar je er wel lavendelolie en thee van maken en geurende takjes laten drogen. Lavendel is semi-wintergroen en de bijen zijn er dol op.

Hyssop (Hyssopus officinalis) is een aromatische vaste plant die niet zo hoog wordt (20-60 cm). Hij geeft blauwe bloemetjes. De bladeren kun je gebruiken als kruiden in hartige en zoete gerechten. Je kunt er ook thee van maken. Maar let op: Hyssop is wel iets gevoeliger voor natte koude winters.

Het mooist in natuurlijk om een haag te maken met een verscheidenheid aan planten, om je tuin minder vatbaar te maken voor ziektes en plagen. Kies je voor een eetbare haag, dan zorg je voor meer biodiversiteit, voedsel en een voedzame bodem. En daar kan de buxus toch echt niet tegenop, hoe mooi hij ook is.

Leveranciers van eetbare hagen zijn bijvoorbeeld:

Kwekerij Arborealis
Floris Natuurlijke Bomen
Kwekerij De Batterijen
De Tovertuin
Kwekerij de Vrolijke Noot

(Dit artikel verscheen eerder op http://www.brabantsemilieufederatie.nl)

 

Posted in Permacultuur, Uncategorized | Tagged , , , | Leave a comment

Het bos-ecosysteem en leuke feitjes, ofwel: dag 2 en 3 van de Basiscursus Voedselbossen

Basiscursus Voedselbos_observatieDag twee van de Basiscursus Voedselbossen was een afwisseling van biologie en scheikunde. We leerden over de bodem, over plantsuccessie en we deden een observatieopdracht in het veld. Het was natuurlijk allemaal weer razend interessant, maar ik zal het kort houden en alleen wat hoogtepunten delen.

Wist je bijvoorbeeld dat kleigrond per m2 op 30 cm diepte tussen de 50 en 62 liter water kan vasthouden? En dan het mirakel van de stikstofbindende planten. Stikstof in de bodem is goede voeding voor planten. Voorbeelden zijn klaver, Siberische Erwtenstruik, Olijfwilg (zie mijn vorige blog voor een mooie polycultuur met Olijfwilg), Duindoorn en de Zwarte Els. Deze groenbemesters nemen stikstof op uit de lucht met de bladeren en geven dat weer af aan de bodem via de wortels met behulp van een bepaalde bacterie. Als je deze planten het werk laat doen, hoef je nooit meer bij te mesten. (Sterker nog: als je wel bemest, verstoor je de natuurlijke interactie van planten). De Zwarte Els produceert in z’n eentje per hectare per jaar ongeveer 200 kilo stikstof per jaar. Dat is zo’n beetje wat een boer jaarlijks aan stikstof uit mest uitrijdt over zijn land.

Ook altijd leuk om te weten: wat zeggen planten over de grond? Heermoes: natte grond. Kleine Pimpernel: de grond heeft een goede waterdoorlaatbaarheid. Weegbree: de grond is compact. Bramen: er zit veel stikstof in de grond. Zuring: arme grond. Heide: zure grond. En rolklaver: alkalische grond.

De observatie gaf ook weer mooie nieuwe inzichten: hoe moeilijk het is om te observeren zonder direct een oordeel te vellen bijvoorbeeld. En dat het best aardig is als er een grote regenbui valt tijdens je observatieles, om te zien hoe het regenwater afstroomt.

Basiscursus VoedselbosOp de derde en laatste dag van de basiscursus voedselbossen hebben we op het terrein van de Metaalkathedraal drie polyculturen aangeplant. Het deed mij alleen nog maar verlangen naar meer, meer, meer kennis en ervaring op het gebied van bos-ecosystemen. Hoe de natuur werkt en samenwerkt, hoe ingenieus alles in elkaar zit, wat een prachtig voorbeeld de natuur is voor ons eigen ontwerp van een bostuin of een voedselbos. Mijn lief gaf mij onlangs De Bijbel: Edible Forest Gardens van Dave Jacke en Eric Toensmeijer, dus ik freak nog even door.

 

Posted in Agroforestry, Inspirerend, Uncategorized, Voedselbossen | Tagged , , , , , | 1 Comment

Over de samenhang tussen planten en dieren in een voedselbos

Vorige week volgde ik de eerste cursusdag in een reeks van drie zondagen om te leren hoe een voedselbos als ecosysteem functioneert. Docenten Xavier San Giorgi en Andrew Dawson zijn voedselbosarchitecten die op dit moment een bos ontwerpen voor de nieuwe wijk Rijnvliet in Utrecht. De cursus vindt plaats vlak naast de locatie van het toekomstige voedselbos, in de prachtige Metaalkathedraal.

Voor wie onbekend is met het fenomeen voedselbos: tijdens de cursus hoorde ik deze definitie: “Een voedselbos is een vorm van landbouw met meerjarige planten, waarbij je het bos-ecosysteem als voorbeeld neemt. Het systeem dat je ontwerpt moet even veerkrachtig en robuust zijn als een natuurlijk bos, met als doel een grote vruchtbaarheid. Door het creëren van meer biomassa en meer biodiversiteit, zal de samenhang van planten, dieren, water en nutriënten zorgen voor een groeiende vruchtbaarheid.”

Juist die samenhang vind ik een van de boeiendste aspecten van het voedselbos. Ik wil weten hoe alles met elkaar samenwerkt: planten, dieren (van groot tot bijna onzichtbaar klein) en schimmels (met hun mysterieuze eigenschappen). Elk organisme heeft een functie in het bos en samen vormen ze een ecosysteem. Planten communiceren met elkaar via schimmels, ze voeden zwakke broeders via de wortels (zie dit fantastische boek over bomen voor meer informatie hierover!), diertjes onder de grond zorgen voor een vruchtbare en luchtige bodem, kortom: ik wil alles weten over die samenhang.

’s Middags kregen we een rondleiding door Voedselbos Makeblijde in Houten. En ook daar was de samenhang zichtbaar. Dat kwam duidelijk naar voren in de keuzes die San Giorgi had gemaakt voor de combinaties van planten. In een zone had hij 3 verschillende soorten bij elkaar gezet die elk meerdere functies hebben en die elkaar daarmee ondersteunen. Een van die combinaties was de Toona Sinensis, ofwel Franse Uiensoepboom (die blijkbaar echt naar Franse Uiensoep smaakt) samen met de Elaeagnus, Olijfwilg (stikstofbinder, trekt bestuivers aan en produceert heerlijke bessen), naast de Rheum Palmatum, Turkse Rabarber. Een mooie vorm van een polycultuur op kleine schaal.

Posted in Agroforestry, Uncategorized, Voedselbossen | Tagged , , , , | 1 Comment

Over voedselbossen (en tips als je er zelf een wilt aanleggen!)

Apple_tree_blossomVoedselbossen zijn bijzonder veerkrachtige systemen, bestaande uit meerjarige houtige soorten (bomen, struiken). Het is een vorm van duurzame landbouw waarbij de biodiversiteit wordt verhoogd en tegelijkertijd de bodem en de waterkwaliteit wordt verbeterd. De voedselbosboeren (of voedselboswachters) zijn echte pioniers. Wouter van Eck is zo’n boer.

Tijdens het Congres Voedselbossen in Oisterwijk van 23 maart jl. luisterde ik naar zijn geanimeerde verhaal over Food Forest Ketelbroek. Van Eck heeft in 2009 2,5 hectare maïsakker omgevormd tot voedselbos. Hij was daarmee de eerste in Nederland. Zijn definitie van een voedselbos is:

  • Door mensen ontworpen en gericht op voedselproductie.
  • Gedomineerd door meerjarige, houtige soorten.
  • Benut de ecologische principes van een natuurlijk bos (bio-mimicry & agro ecology).
  • Het functioneert zonder externe input als mest, pesticiden, etc.

De basisvoorwaarden om een voedselbos te kunnen aanleggen en onderhouden/ behouden zijn:

  • Bomen!
  • Zeer terughoudend beheer
  • Geen vee
  • Diversiteit van de vegetatie
  • Multiculturele plantengemeenschap toestaan (inheemse en uitheemse soorten door elkaar)
  • Ecosysteemdiensten moeten beloond worden
  • Het overheidsbeleid zal flexibel genoeg moeten zijn om de aanleg van voedselbossen toe te staan

In het begin zal je veel moeten investeren in het ontwerp en de aanleg, maar daarna is het belangrijkste om te wachten en niets te doen. Dan zal het bos zich de eerste 4 eeuwen zelf ontwikkelen. Van Eck geeft drie voorbeelden uit zijn eigen voedselbos waarmee hij aantoont dat niet ingrijpen loont:

  • In de eerste lente was er een rupsenplaag, maar dezelfde zomer kwamen verschillende vogels in het voedselbos nestelen. Zij zorgden voor balans door de rupsen op te eten.
  • Gij zult niet wieden! Als pionierplant is de distel bijvoorbeeld nuttig om de bodem te verbeteren. Als het voedselbos groeit, zal er minder licht komen bij deze planten en verdwijnen ze vanzelf.
  • Schimmels leven in symbiose met bomen. Een theelepel bosgrond bevat enkele honderden meters schimmeldraden. Zwammen kunnen fosfaat halen uit de bodem en leveren aan bomen. Maar een boom die bemest wordt, zal geen gebruik maken van de natuurlijke fosfaatlevering van zwammen. Daarom is het belangrijk om niet bij te mesten: een succesvol bos heeft geen input nodig.

Natuur en landbouw versterken elkaar. Je moet de natuurlijke principes begrijpen en in het ontwerp meenemen. De ecologie is de basis op verschillende manieren:

  • Een goed ontwerp biedt een habitat voor veel soorten.
  • Bestuiving, natuurlijk plaagbeheer.
  • Biodiversiteit is vaak groter dan die van menig natuurgebied.

Mensen hebben behoefte aan de functies die voedselbossen kunnen leveren:

  • Voedsel
  • Broeikasgassen vastleggen in de bodem (in de lucht zijn deze gassen een klimaatprobleem, in de bodem zijn ze nuttig)
  • Het verbeteren van de waterhuishouding
  • Een gezond leefmilieu
  • Recreatie

—————————————————————————————————————————————-
Zelf aan de slag?

Ben je enthousiast geworden en wil je zelf een voedselbos gaan aanleggen? Houd er dan rekening mee dat je in het begin veel tijd, energie en geld zult moeten investeren in het verwerven van grond, het ontwerp en de aanplant van het voedselbos. Maar als dat allemaal goed gedaan is, staat het bos de komende 400 jaar als een huis.

Sinds kort werk ik bij de Brabantse Milieufederatie als vrijwilliger om het Platform Voedselbossen Brabant op te zetten. Heb je een plan voor een voedselbos in Brabant, dan kun je je aanmelden. Je kunt gebruikmaken van de expertise en het netwerk van de Brabantse Milieufederatie en kennis delen met andere leden.

Kijk voor meer informatie over financiering en het verkrijgen van grond op www.groenontwikkelfondsbrabant.nl. Als je een goed plan hebt, kunnen zij je ondersteunen met het aanleggen van jouw voedselbos als nieuwe natuur.

Posted in Agroforestry, Herstellende landbouw, Inspirerend, Uncategorized, Voedselbossen | Tagged , , , | 1 Comment

Congres ‘Natuur Wijst Landbouw De Weg’: agro-ecologie in de praktijk

 

20161209_094516

“We moeten de wereld voeden, maar we moeten ook de aarde voeden” 

We schrikken snel van grote cijfers en zeker als het gaat om de groeiende wereldpopulatie. Binnenkort zijn we met 9 miljard mensen en we moeten allemaal eten. Volgens de machtige industriële zadenbedrijven hebben we genetisch gemanipuleerd voedsel nodig om alle monden te voeden. En kunstmest. En bestrijdingsmiddelen. Maar de sprekers op dit congres over natuurlijke landbouw hebben een veel beter idee: voedsel verbouwen en tegelijkertijd CO2 opslaan, biodiversiteit verhogen en zorgen voor een gezonde bodem. Dát is de toekomst van de landbouw. Neem de natuur als voorbeeld en bouw je eigen eetbare, duurzame ecosysteem.

Pablo Tittonell (voormalig hoogleraar Farming Systems Ecology aan Wageningen Universiteit) was er heel duidelijk over: de voordelen van agro-ecologie zijn vele malen groter dan die van het huidige landbouwsysteem. Je kunt gif gebruiken om ongewenste insecten of onkruid te verdelgen. Maar onderzoek wijst uit dat er binnen een paar jaar al heel veel resistentie is ontwikkeld tegen het gif. We staan nu op een kruispunt: gaan we zo door in strijd met de natuur, of slaan we een andere richting in?

Denk eens anders: in plaats van onkruiden te willen verwijderen, kun je ze ook zien als planten die bepaalde ecosysteemdiensten leveren. Ze trekken bijvoorbeeld bestuivers aan, zoals bijen. De vraag is nu: hoe kunnen we ons landschap zo inrichten dat we optimaal gebruik kunnen maken van deze ecosysteemdiensten? Bomen en heggen op je akker, zorgen voor meer biodiversiteit. De heggen bieden voedsel en beschutting voor de vogels en andere dieren, gaan erosie van het land tegen en functioneren als erfafscheiding. Vogels eten vervolgens schadelijke insecten op en vervullen zo hun rol in het ecosysteem.

Natuurlijk willen boeren een gezonde bodem en een bloeiend ecosysteem. Maar ze willen ook geld verdienen. En laat dat nou ook een van de voordelen van een natuurlijk landbouwsysteem zijn! Je hebt meer diversiteit van gewassen, dus minder risico dat alle oogst mislukt, je hoeft minder gif te spuiten en minder vaak gif te spuiten en je hebt veel minder energiekosten.

Kees van Veluw (o.a. Louis Bolk Instituut) toonde vervolgens een paar prachtige praktijkvoorbeelden van goedlopende agro-ecologische bedrijven:

  • Le Ferme du Bec Hellouin in Normandië: “een kwart acre, 2 Franse boeren en genoeg voedsel om de wereld te voeden. Een model voor het verbouwen van voedsel, vastleggen van CO2, creëren van banen en het vergroten van de biodiversiteit zonder het gebruik van fossiele brandstoffen.”
  • Veld en Beek in Doorwerth: biologische boerderij met 2200 leden. Bijzonder: zij hebben eerst een afzetmarkt gezocht en vervolgens zijn ze gaan produceren.
  • Fruittuin van West in Amsterdam: biologische boomgaard met kippen.

Of het nu gaat om permacultuur, agro-ecologie, agro-forestry of voedselbossen, de aanwezigen van dit congres staan allemaal achter natuurlijke landbouw. En hopelijk groeit deze groep elk jaar en groeit daarmee de biodiversiteit en de gezondheid van de bodem.

20161209_113512

Posted in Agroforestry, Herstellende landbouw, Inspirerend, natuurinclusieve landbouw, Permacultuur, Uncategorized | Tagged , , , | 3 Comments

Joel Salatin’s advice to young farmers: “Don’t be scared – be strange!”

20161122_120019

The original article is in Dutch (see below), but since a couple of hours I have many English speaking people visiting my blog (welcome!). So I’ve translated it to English. 

Joel Salatin is an American farmer with spirit, humor and a huge dose of creativity. He has a thriving farm in Virginia which is a great example for nature inclusive agriculture. He spoke last Tuesday at the Network Day of Nature Inclusive Farming in The Netherlands about the fears that young farmers face to start up a business.

We need new farmers. Half of all Dutch farmers are 55 years or older. CBS reported yesterday that 15,000 of these farmers do not have a follow-up. In the United States the avarege age of a farmer is around 58 years old. They want out, want want to sell their farms. But taking over a farm is expensive and you usually don’t get much for your produce. Fortunately, the Network day was crowded with young farmers who earn their living with a (often creative) form of agriculture. But it’s hard to start a farm, and scary too. What holds us back and what solutions do we have? Farmer and writer Joel Salatin of Polyface Farm explains it in 11 fears and creative solutions:

Fear #1: lack of knowledge. Where do I start? How do I learn all this? Start with what you like. Are you a vegan? Don’t raise animals, because at some point you might have to eat your way through your inventory.

Fear #2: fear of the industry. The solution is simple: do the opposite of industrial-anything! But start with no chemicals and no debts.

Fear #3: fear of size. ‘It’s too big, I’ll never make it!’ Start small and simple and expand later. Try a prototype first; if it fails, you don’t sink the ship. And don’t quit your day job yet.

Fear #4: fear to start. You don’t need a five year plan or business plan and you don’t need meetings. We need action; movement creates movement. Start something!

Fear #5: fear of failure. Good enough is perfect. Imagine you don’t know how to cook: if you burn something, you learn something. If it’s worth doing, it’s worth doing poorly first.

Fear #6: fear of acquiring land. You don’t have to buy land. You need access to land and that can be done in all kinds of ways. Start a chicken farm in an existing orchard or use a small piece of land on an existing farm.

Fear #7: money. Make sure you live cheaply. Stay home. If you want a farm: farm. A farm is a magical place of life that gives you all the entertainment your kids need. And if you are in money trouble: start a day job temporarily.

Fear #8: fear of labour. ‘It’s too much work for me, how can I manage to do all this?’ If you want to build a business, you have to form a team. You need other people, so create a community.

Fear #9: fear of marketing. ‘Nobody wants my produce!’ You can only make money if somebody buys the second time. Make sure to have a diverse offer of produce (even if that means offering other people’s produce).

Fear #10: fear of business. Hire an accountant and make sure you categorize everything you do.

Fear #11: fear of being optimistic. We are afraid of the future, of melting ice caps, loss of biodiversity. But are you going to keep worrying about that or are we going to take action? Find something you like, find a community and start. If money and time wouldn’t be an issue, what would you do? DO IT!

I found Joel Salatin’s speech inspiring for many reasons. But what stuck with me most was his faith in a cleaner and better world. “Faith over fear!” he yelled. “Have faith in the abundance and resilience of the earth.” And actually he repeated again and again: “Have faith in yourself, have faith in yourself, have faith in yourself.”

Dutch article:

Joel Salatin is een Amerikaanse boer en schrijver met pit, humor en een enorme dosis creativiteit. Hij heeft een goedlopende boerderij en bedrijft natuurinclusieve landbouw. Hij sprak gisteren op de Netwerkdag Natuurinclusieve Landbouw over de angsten die jonge boeren hebben om een bedrijf op te starten.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: we hebben nieuwe boeren nodig. De helft van alle Nederlandse boeren is 55 jaar of ouder. Het CBS berichtte gisteren dat 15.000 van deze boeren nog geen opvolging heeft. Maar het overnemen van een agrarisch bedrijf is duur en je krijgt doorgaans niet veel voor je producten. Gelukkig zat de zaal vol met jonge boeren die op een creatieve manier wel hun brood verdienen met een vorm van landbouw of dat heel graag zouden willen (moi!).

Wat houdt ons tegen om een agrarische onderneming te beginnen? Salatin benoemde 11 angsten om te starten. En hij kwam met nog veel meer creatieve oplossingen.

Angst #1: gebrek aan kennis. “Hoe moet ik beginnen? Hoe moet ik dit doen? Ik weet niet genoeg!” Begin met wat je leuk of lekker vindt. Ben je vegetariër? Ga dan geen vee houden, want: “at some point you might have to eat your way through your inventory”.

Angst #2: angst voor de agrarische industrie. De industrie gebruikt kunstmest en pesticiden. De industrie wil dat je je in de schulden steekt en grote machines koopt. Salatins advies: “do the opposite of industrial-anything”.

Angst #3: “het is te groot, het gaat me nooit lukken”. Begin klein en simpel en bouw het later uit. Als je eerst een prototype test, is er geen man overboord als dat mislukt. En neem nog geen ontslag van je gewone baan.

Angst #4: angst om te starten. Volgens Joel Salatin heb je helemaal geen vijfjarenplan of bedrijfsplan nodig. Niet nadenken, niet vergaderen, geen plannen schrijven. Gewoon beginnen met wat dan ook. “We need action”, zei hij, “movement creates movement”.

Angst #5: faalangst. Goed genoeg is perfect. Stel dat je niet weet hoe je moet koken: “If you burn something, you learn something”. Je kunt niet meteen alles perfect doen. Van fouten maken leer je veel.

Angst #6: de angst om land te kopen. Je hoeft helemaal geen land te kopen, je moet toegang hebben tot land. Dat kan op heel veel creatieve manieren. Je kunt bijvoorbeeld bij een boer een klein stukje land gebruiken om te starten. Of je kunt kippen houden in een bestaande boomgaard.

Angst #7: geld. Zorg dat je zuinig leeft. “If you want a farm, farm.” Je hoeft je geen zorgen te maken dat je kinderen zich niet vermaken, want een boerderij is een magische plek van leven en het geeft je alle entertainment die je nodig hebt. Loopt het niet zoals je wilt? Ga dan tijdelijk ergens in loondienst. Voeg iets toe aan je bedrijf wat buiten het seizoen aandacht vraagt, zodat je niet in het hoogseizoen nóg meer werk hebt.

Angst #8: angst voor de werkdruk .“Hoe moet ik dit allemaal doen, het is teveel! Hoe kan ik ooit nog op vakantie?” Als je een bedrijf wilt beginnen, moet je een team vormen. Je hebt andere mensen nodig, je kunt het niet alleen. Zorg dat je een community samenstelt waarin je mensen betaalt voor hun werk en niet voor hun uren.

Angst #9: de angst voor marketing. “Niemand wil mijn producten kopen! Hoe vind ik een afzetmarkt?”. Je verdient alleen geld als iemand voor de tweede keer iets van je koopt. Zorg er dus voor dat je een divers aanbod hebt (dat kunnen ook producten van anderen zijn met wie je samenwerkt).

Angst #10: de angst voor de bedrijfsmatige kant van het werk. Zoek een accountant of boekhouder die dat werk voor je doet. En categoriseer alles wat je doet.

Angst #11: de angst om optimistisch te zijn. We horen zoveel verhalen over het verdwijnen van natuur en biodiversiteit, het smelten van de ijskappen. Zijn we bang voor de toekomst, of gaan we er iets van maken met z’n allen? Bepaal wat je leuk vindt om te doen en zoek een community. Als geld en tijd geen rol zouden spelen, wat zou je dan doen? DOE HET!

Er waren tig redenen waarom de speech van Joel Salatin inspirerend was, maar vooral zijn vertrouwen in een betere en schonere wereld was aanstekelijk. “Faith over fear!” riep hij. “Heb vertrouwen in de overdaad en de veerkracht van de aarde!” En eigenlijk zei hij tijdens zijn hele verhaal, elke keer opnieuw: “heb vertrouwen in jezelf, heb vertrouwen in jezelf, heb vertrouwen in jezelf.”

Meer weten over Joel Salatin en Natuurinclusieve Landbouw?

http://www.natuurinclusievelandbouw.nl/
http://www.salatinnaarnederland.nl/

 

 

 

Posted in Herstellende landbouw, Inspirerend, natuurinclusieve landbouw, Permacultuur, Uncategorized | Tagged , , , | Leave a comment